Herinneringen aan Alexander Smit
 
 
 
     
Begin jaren tachtig, een zolderkamertje in Utrecht, we waren met z'n vijven. Iemand had me verteld dat daar een 'meneer' kwam praten, dat zou misschien wel iets voor mij zijn. Voor het eerst hoorde ik die avond iemand praten, 'straight as an arrow', mijn oren waren gespitst, er ontging me geen woord. Na twee uur duizelde ik alle trappen af en naar buiten, er was geen enkele herinnering van waar deze avond over gesproken was. Zou dit nou een Guru zijn, dacht ik. Snel genoeg zou ik dat uitvinden. Vanaf die eerste avond zou ik er altijd zijn, absorberend als een spons. Waar hij was, was ik, de komende tien jaar zou ik geen satsang overslaan. Hij zei me al gauw dat het me drie jaar zou kosten om tot ontwaken te komen. Dit leek me een onoverkomelijk lange tijd, drie jaar... Hij zei me ook dat ik zelf satsang zou gaan geven. De eerste voorspelling zou later een jarenlange oefening in geduld worden, met uiteindelijk een transformatie in tijdloosheid. De laatste voorspelling is uitgekomen en hoewel mijn wezen opgelost is binnen een andere traditie*, gaat er geen dag voorbij, dat ik de zegen van Alexander niet voel in mijn hart. Zijn woorden zijn geëtst in mij, zijn liefde alom.
 
Wat waren zijn bijeenkomsten gouden tijden, zo kristalhelder, zo diep, zo humoristisch. Wat hebben we onbedaarlijk gelachen. Zijn prachtige warme stem, zijn bulderende lach, wie zal dit ooit vergeten? Scherp ook waren zijn woorden, plagen, honen en spotten deed hij maar al te graag, maar altijd ingebed in cabaretesk entertainment en liefde. Temidden van dit alles werd mijn wezen dan altijd weer stil, licht en tintelend en viel ik in een diepe ontroering van her-innering. Het zo kleine groepje mensen op zijn bijeenkomsten - allemaal 5 gulden in een schaaltje, meestal net wel genoeg voor zijn treinreis naar huis- dijde geleidelijk uit. En toen kwam Baarn in beeld, het prachtige huis van Rama en Kitty Polderman. Twee avonden per week en vele weekenden hebben duizenden de weg weten te vinden naar die grote kamer, waar we met dertig in konden, maar met honderd zaten, en telkens weer genoten van betoverende gesprekken, grootse kennis en wijze woorden. Ademloos zat ik aan zijn voeten, spiritueel onderricht van het hoogste niveau, als steeds verbijsterend, ontroerend, zo diep, zo hoog, zo gewoon. Opgenomen in een enorme stilte die Alexander omgaf, vielen m'n ogen dicht in een zee van zegeningen.
 
Rama genoot van de aanwezigheid van Alexander. Hij stond vaak op de trap het geroezemoes te overzien van allen die zijn grote hall instroomden. Hij toonde ons zijn grote verzameling prachtige bonsai boompjes, hij vertelde over vormen van heling en over Vedanta, en op speciale dagen ging hij voor ons goochelen. Alexander liet ons de cultuur van waaruit de immensiteit van Advaita was voortgekomen, proeven en voelen en beluisteren. Hij leerde ons de Indiase keuken kennen, hij speelde Sarod, hij introduceerde ons in de klassieke Indiase muziek, hij organiseerde muziekavonden en we gingen regelmatig met hem mee naar Indiase concerten. Nog voordat ik ook maar ooit een voet op Indiase bodem had gezet, voelde ik me al zo vertrouwd met dit land, middels al wat Alexander ons aanreikte, middels ook zijn meesterlijke vertel kunst.
 
Voor velen zal Alexander een controversiële figuur blijven. Zijnde 'kind aan huis', zag en hoorde ik veel. Alexander leefde grenzeloos en dit was spannend en meeslepend, maar dikwijls besprong me ook een gevoel van 'dit kun je niet maken'. Het was voor mij, en ik vermoed voor velen, haast onontwarbaar zijn grootse liefde te ervaren, maar ook zijn schokkend gebrek aan respect en integriteit. Het dwong mij steeds dieper en subtieler alle besef van scheiding te doorzien. Uiteindelijk is het voor mij louterende overgave geweest die alle ideeën van gedrag en integriteit heeft uitgevaagd. Ik ben dankbaar dat de liefde voor hem gelukkig altijd volkomen is geweest en onaantastbaar. Hoewel ik Alexander de laatste jaren van zijn leven nauwelijks meer gezien heb, ben ik nooit echt weggeweest. Dat bleek niet mogelijk te zijn. Zijn hart lag zo in het mijne. Hij heeft mijn leven helpen keren van ik naar Gij en voor zijn helende aanwezigheid en intense nabijheid ben ik hem immens dankbaar. Hij had me gezegd dat hij 87 zou worden. Boef, om em zo vroeg al te smeren!
 
Prajnaparamita
 
 
 
* Sacha Lineage, India
 
Dit artikel is gepubliceerd in Inzicht, november 2005